POP3 subsidie

Regeling Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties Overijssel

Waarvoor

  1. Subsidie kan worden verstrekt voor demonstraties en/of het verzorgen van trainingen, workshops en coaching aan een groep van landbouwondernemers op het gebied van waterbeheer.
  2. De activiteiten hebben als doel het informeren over innovaties en modernisering, en de toepassing ervan te bevorderen rond één of meerdere van de volgende thema’s:
    1. maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen.
    2. klimaatadaptatie.
    3. behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit gericht op het waterbeheer.

Voorwaarden

Voorwaarden

Artikel 3.3.7 criteria

  1. De subsidiabele activiteiten dienen een bijdrage te leveren aan één of meer van de volgende doelen:
    1. De realisatie van de doelen uit de Kader Richtlijn Water (KRW):
      • doelen zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel en de daaronder vallende factsheets van de waterlichamen.
      • doelen tot het verminderen van de risico’s voor een duurzaam veilige drinkwatervoorziening zoals vastgesteld per drinkwaterwinning in de gebiedsdossiers voor de drinkwaterwinningen in Overijssel.
    2. De realisatie van doelen voor het thema Zoetwatervoorziening Oost Nederland zoals opgenomen in “Wel goed water geven”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021.
    3. De vermindering van nitraat in grond- en oppervlaktewater conform de EU-Nitraatrichtlijn; zoals blijkt uit de KRW-factsheets voor grond- en oppervlaktewaterlichamen en de daarin opgenomen toestandsbeoordeling, die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Overijssel.
  2. De minimale subsidiabele kosten per project bedragen €25.000.

Subsidiabele kosten:

In aanvulling op artikel 1.12 zijn de volgende kosten subsidiabel:

  1. personeelskosten van bij de uitvoering van de activiteit betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt.
  2. kosten en reiskosten van procesbegeleiders en adviseurs.
  3. materiaalkosten.
  4. huur van ruimten en gebruik bijbehorende faciliteiten.
  5. kosten van drukwerk, mailings en de inrichting van websites gekoppeld aan de activiteit.
  6. kosten van afschrijving, huur of lease voor fysieke investeringen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een demonstratieactiviteit.
  7. bijdrage in natura.

Niet subsidiabele kosten:

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.13 zijn de navolgende kosten niet subsidiabel:

  1. kosten voor de ontwikkeling van nieuwe kennis.
  2. kosten voor cursussen of stages die deel uitmaken van normale programma’s of leergangen van het reguliere onderwijs.
  3. inbreng van eigen uren door landbouwers om aan de subsidiabele activiteit deel te nemen.

Op deze subsidie is de Regeling POP3 Subsidies Overijssel van toepassing.

Aanpak

Indienen

U dient uw aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl). U maakt gebruik van een digitale aanvraagformulier.
Onder het kopje Formulieren vindt u een link naar de website mijn.RvO.nl. Daar leest u hoe u digitaal kunt aanvragen.

Aanvraag

  1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 bevat de aanvraag om subsidie een omschrijving, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende gekwalificeerd is om de activiteit uit te voeren.
  2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.7 bevat de aanvraag om subsidie een omschrijving van het aantal demonstraties, trainingen, workshops en coachingstrajecten en het aantal deelnemers per onderdeel;
  3. Indien het voornemen is om voor deelname aan een subsidiabele activiteit bij de deelnemers een bijdrage in rekening te brengen dan dient dit inzichtelijk gemaakt te worden bij de subsidieaanvraag.

Tendersystematiek

Na sluiting van de indieningtermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van onderstaande selectiecriteria en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.

Selectiecriteria en puntenmethodiek
criterium punten
a. de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de kennisoverdracht met betrekking tot de doelen uit artikel 3.3.7 lid 1 sub a. max. 15
b. de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de kennisoverdracht met betrekking tot de doelen uit artikel 3.3.7 lid 1 sub b. max. 15
c. de mate waarin de activiteit bijdraagt aan de kennisoverdracht met betrekking tot de doelen uit artikel 3.3.7 lid 1 sub c. max. 5
d. de doelgroep van landbouwondernemers op het gebied van waterbeheer aantoonbaar overwegend afkomstig uit voorkeursgebied klimaat; zoals aangegeven op kaart 1 en 2 in “Wel goed water geven”, het Werkprogramma Zoetwatervoorziening Hoge Zandgronden 2016-2021. 2
e. de doelgroep van landbouwondernemers op het gebied van waterbeheer aantoonbaar overwegend afkomstig uit een voorkeursgebied nitraatrichtlijn; (stroomgebieden van die KRW-waterlichamen, waar de parameter “stikstof totaal” niet voldoet aan de norm voor grond- en oppervlaktewater) zoals opgenomen in de KRW-factsheets voor grond- en oppervlaktewaterlichamen en de daarin opgenomen toestandsbeoordeling, die onderdeel zijn van de partiële herziening van de Omgevingsvisie Overijssel voor de Kaderrichtlijn Water en de Richtlijn Overstromingsrisico’s (2015). 4
f. de mate waarin de over te dragen kennis praktisch toepasbaar is en aansluit op de behoefte en ontwikkelingen in de landbouw. max. 5
g. de mate waarin de aanvrager beschikt over voldoende gekwalificeerd en regelmatig getraind personeel en dit inzet voor de activiteit. max. 5
h. de kosteneffectiviteit van de activiteit. max. 2
i. de mate waarin de doelgroep zelf bijdraagt aan de activiteit. max. 5
j. het innovatieve karakter van de over te dragen kennis. max. 5
De criteria uit artikel 3.3.9 sub f., g., h., i. en j. dienen elk een minimumscore van 1 punt te behalen.
Projecten dienen een minimumscore van 30 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Toelichting

Een toelichting op deze openstelling en de selectiecriteria leest u in het document “Toelichting 3.3 Trainingen, workshops, ondernemerscoaching en demonstraties”.  U vindt dit document onder  “meer informatie” onderaan deze webpagina.

Afhandeling van uw aanvraag

De afhandeling van uw aanvraag vindt plaats door RvO.nl. Op de website van RvO.nl krijgt u een persoonlijk omgeving waar u de voortgang van de afhandeling van uw aanvraag kunt volgen.

De maximale behandeltermijn is 22 weken.

Contact

Voor vragen over inhoud en voorwaarden van deze regeling kunt u contact opnemen met Henk Egberts, tel.: , e-mail: GHBH.Egberts@overijssel.nl.

Wet- en regelgeving

Indientermijn

U kunt subsidie aanvragen van 5 november 2018 (vanaf 9.00 uur) tot en met 21 december 2018 (voor 17.00 uur).

Maximale bijdrage

  1. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten voor het thema klimaatadaptatie.
  2. De subsidie bedraagt 80 % van de subsidiabele kosten voor de thema’s
    • maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen.
    • behoud en versterking van de biodiversiteit en de omgevingskwaliteit gericht op het waterbeheer.
  3. Indien er bij een subsidieaanvraag sprake is van een combinatie van deze thema’s geldt het percentage van het thema met het laagste subsidiepercentage.

Beschikbaar budget

Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode is vastgesteld op € 286.000,-  Europese middelen.

Openstellingsperiode

5 november 2018 (vanaf 9.00 uur) tot en met 21 december 2018 (voor 17.00 uur).

Aanvragen