POP3 subsidie

Investeringen in infrastructuur voor ontwikkeling, modernisering of aanpassing van landbouwbedrijven Limburg

Artikel 4 Aanvraag

    • 4.1 In aanvulling op artikel 1.7 onder lid 2 van de Verordening dienen aanvragers als genoemd onder c (pachters) een verklaring bij de subsidieaanvraag te voegen waaruit blijkt dat zij een pachtovereenkomst met een looptijd van minimaal 6 jaar hebben die niet eindigt voor de einddatum van het project en dat de grondeigenaar instemt met deelname.
    • 4.2 In aanvulling op artikel 1.7 onder lid 2f van de Verordening is het toevoegen van een kaart, waarop de ligging van het projectgebied is aangegeven, aan het projectplan zeer wenselijk ten behoeve van de selectie van de aanvragen.
    • 4.3 In aanvulling op artikel 1.7 onder lid 2 a en b van de Verordening dient de begroting te zijn gespecificeerd per subsidiabele kostenpost en dient de toelichting op de begroting de berekeningen te bevatten van de hoogte van de subsidiabele kostenposten dan wel onderbouwd te zijn met opgevraagde offertes.

Artikel 5 Subsidiabele kosten van investeringen

In afwijking van artikel 2.4.5 van de Verordening wordt voor de subsidiabele activiteit als bedoeld in artikel 2.4.1, onder a, géén subsidie verstrekt voor de kosten zoals bedoeld in artikel 2.4.5, onder b (de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa), onder c (tweedehands installatiegoederen, indien noodzakelijk voor het project en de kosten de marktwaarde niet overstijgen), onder d (bijdragen in natura) en onder h (haalbaarheidsstudies).

Artikel 6 Hoogte subsidie verbetering verkavelingsstructuur van landbouwbedrijven

    • 6.1 In aanvulling op artikel 2.4.6 van de Verordening bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag per aanvraag maximaal € 650.000,00 en dient het aan te vragen subsidiebedrag minimaal € 50.000,00 te bedragen. Indien de subsidieaanvraag minder dan € 50.000,00 bedraagt dan zal de subsidieaanvraag worden afgewezen.
    • 6.2 In aanvulling op artikel 2.4.6, onder b van de Verordening (kosten investeringen om kavels beter bewerkbaar en bereikbaar te maken), bedraagt het te verstrekken subsidiebedrag maximaal

Artikel 7 Selectiecriteria, weging en selectie

  • 7.1 Gedeputeerde Staten maken voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 van de Verordening voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de volledig ingediende aanvragen op basis van de criteria zoals hieronder beschreven.
    • a. Kosteneffectiviteit van de kavelruil: het aantal te ruilen hectares landbouwgrond dat binnen de activiteiten van de subsidieaanvraag in de kavelruil betrokken is ten opzichte van de totale kosten voor kavelruil, inclusief de kosten als bedoeld onder artikel 2.4.3 onder a en b (= proces en procedurekosten) van de uitvoeringsregeling, uit te drukken in kosten per geruilde hectare. Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:
  • i. 4 punten indien de kosten minder dan € 1.800,00 (exclusief BTW) per geruilde hectare bedragen;
  • ii. 3 punten indien de kosten tussen € 1.800,00 en 1.900,00 (exclusief BTW) per geruilde hectare bedragen;
  • iii. 2 punten indien de kosten tussen € 1.900,00 en € 2.000,00 (exclusief BTW) per geruilde hectare bedragen;
  • iv.1 punt indien de kosten tussen € 2.000,00 en € 2.100,00 (exclusief BTW) per geruilde hectare bedragen;
  • v. 0 punten indien de kosten meer dan € 2.100,00 (exclusief BTW) per geruilde hectare bedragen.
  • b. De mate waarin het project bijdraagt aan investeringslijn 2 uit de nota Limburgse Land- en tuinbouw Loont 2: de doelen van de “investeringslijn nummer 2 – Meerwaarde voor de omgeving” zijn van belang evenals de mate van integraliteit met andere beleidsdoelen. Binnen LLtL2 besteedt investeringslijn 2 aandacht aan de speerpunten structuurversterking met integrale omgevingseffecten, revitalisering en beheer buitengebied en duurzaam produceren. Het is van belang dat projecten bijdragen aan deze speerpunten naast de bijdrage aan de overige beleidsdoelen, zoals beschreven bij criterium d. Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:
  • i. 4 punten indien een bijdrage wordt geleverd aan 2 of meer speerpunten;
  • ii. 2 punten indien een bijdrage wordt geleverd aan 1 speerpunt;
  • iii. 0 punten indien geen bijdrage wordt geleverd aan de speerpunten.
  • c. De noodzaak tot verbetering van de verkavelingsstructuur: Projecten zijn urgenter als ze zijn gelegen binnen een aantal geselecteerde kansrijke gebieden voor kavelruil (zie kaartbijlage) en bij een overwegend kleinschalige verkavelingssituatie.

Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

  • i. 4 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van < 3 hectare en gelegen binnen één van de kansrijke gebieden;
  • ii. 3 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 3 en 4 hectare en gelegen in één van de kansrijke gebieden;
  • iii. 2 punten bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen tussen 4 en 5 hectare en gelegen binnen één van de kansrijke gebieden;
  • iv. 1 punt bij een gemiddelde oppervlakte van de gebruikspercelen van > 5 ha en gelegen binnen één van de kansrijke gebieden;
  • v. 0 punten bij een ligging buiten één van de kansrijke gebieden.
  • d.De integraliteit van de kavelruil te onderbouwen vanuit het:
  • i. nut landbouw (huiskavelvergroting, kavelconcentratie, afstandsverkorting, bedrijfsvergroting);
  • ii. nut natuur (beschikbaar krijgen van gronden middels ruilingen binnen de goudgroene natuur);
  • iii. nut leefbaarheid (verbetering toegankelijkheid, landschap en cultuurhistorie, herstel landschapsstructuren en –elementen);
  • iv. nut water (beschikbaar krijgen van gronden middels ruilingen voor uitvoeringsmaatregelen voor de verbetering van de waterhuishouding);
  • v. nut verkeersveiligheid (vermindering vervoersbewegingen, oplossen verkeersknelpunten).

Het aantal punten te behalen op dit criterium bedraagt:

  • – 4 punten bij nut op alle vijf punten i t/m v;
  • – 3 punten bij nut op vier van de vijf punten i t/m v;
  • – 2 punten bij nut op drie van de vijf punten i t/m v;
  • – 1 punt bij nut op twee van de vijf punten i t/m v;
  • – 0 punten bij nut op één of nul van de vijf punten i t/m v.

    7.2 Weging van de selectiecriteria:

De selectiecriteria hebben de volgende wegingsfactoren:

  • a. Onderdeel a een wegingsfactor van 1 (maximaal 4);
  • b. Onderdeel b een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);
  • c. Onderdeel c een wegingsfactor van 1,5 (maximaal 6);
  • d. Onderdeel d een wegingsfactor van 2 (maximaal 8);

Indien er op de selectiecriteria a, b of d 0 punten wordt gescoord of er met toepassing van de in artikel 7.2 omschreven wegingsfactor in totaal minder dan 15 punten wordt behaald, wordt de aanvraag om subsidie afgewezen.

In afwijking van de Verordening zijn de activiteiten vermeld in artikel 2.4.1, onder lid b (verplaatsing van landbouwondernemingen gericht op verbetering van de landbouwinfrastructuur) niet subsidiabel. De artikelen 2.4.4 en 2.4.7 zijn zodoende niet van toepassing.

Openstellingsbesluit

Meer informatie over deze regeling staat in het openstellingsbesluit.

Aanvragen

Aanvragen kan in de periode vanaf 5 november 2018 09.00 uur tot en met 14 december 2018 17.00 via de site van RVO