POP3 subsidie

Regeling jonge landbouwers Overijssel

  1. Subsidie wordt verstrekt aan jonge landbouwers. De regeling is opengesteld van 2 december 2019 t/m 31 januari 2020.
  2. Een jonge landbouwer is een persoon die bij het indienen van de aanvraag om subsidie niet ouder is dan 40 jaar, een erkende landbouwkundige opleiding of een gelijkwaardige opleiding afgerond heeft of over ten minste drie jaar werkervaring op een landbouwbedrijf beschikt en die:
    1. zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigt; en
    2. hetzij alleen hetzij gezamenlijk met andere landbouwers daadwerkelijke, langdurige zeggenschap over het landbouwbedrijf heeft wat betreft de beslissingen die op het gebied van het beheer, de voordelen en de financiële risico’s worden genomen.
  3. Van daadwerkelijke, langdurige zeggenschap als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is sprake als de jonge landbouwer:
    1. op basis van de statuten of een schriftelijke door alle maten of vennoten ondertekende overeenkomst tenminste een blokkerende zeggenschap heeft ter zake van ondernemingsbeslissingen met een financieel belang van meer dan € 25.000,-; en
    2. ten minste mede belast is met de dagelijkse bedrijfsvoering.
  4. Van daadwerkelijke, langdurige zeggenschap als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, is geen sprake indien:
    1. de jonge landbouwer een commanditaire vennoot van het betreffende landbouwbedrijf is; of
    2. de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, door elk der partijen eenzijdig kan worden opgezegd.
  5. Indien de investering waarvoor subsidie wordt gevraagd wordt gedaan om te voldoen aan de normen van de Europese Unie voor landbouwproductie, wordt in afwijking van het tweede lid subsidie verstrekt aan jonge landbouwers die zich voor het eerst als bedrijfshoofd op een landbouwbedrijf vestigen, uiterlijk 24 maanden na de datum waarop de betrokken landbouwer zich als bedrijfshoofd heeft gevestigd

Activiteiten:

  1. Subsidie kan worden verstrekt voor fysieke investeringen die zijn opgenomen in de lijst als bedoeld in artikel 3.4.1. (zie bij Meer informatie Toelichting bijlage 1)
  2. Indien deze investering een onroerend goed betreft, wordt uitsluitend subsidie verstrekt indien:
    1. de investering op eigen grond van het landbouwbedrijf plaats vindt; of
    2. er voor de investering het recht van opstal is verleend indien een derde eigenaar is van de grond waarop de investering plaats vindt.

Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt subsidie geweigerd indien er op grond van deze paragraaf reeds subsidie is verstrekt voor het landbouwbedrijf of er op grond van hoofdstuk 2, titel 6 paragraaf 2 van de Regeling LNV subsidies of de Subsidieregeling jonge Agrariërs van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit reeds een subsidie is verstrekt aan de aanvrager.

Subsidiabele kosten:

  1. Subsidie wordt verstrekt voor:
    1. de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;
    2. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
    3. de kosten van architecten en ingenieurs;
    4. de kosten van adviseurs duurzaamheid op milieu en economisch gebied;
    5. de kosten van haalbaarheidsstudies.
  2. In afwijking van artikel 1.12, tweede lid van de regeling, wordt geen subsidie verstrekt voor voorbereidingskosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

Op deze subsidie is de Regeling POP3 Subsidies Overijssel van toepassing.

Aanpak

Indienen:

U dient uw aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl). U maakt gebruik van een digitale aanvraagformulier.

Aanvraag:

  1. In aanvulling op artikel 1.7, tweede lid, bevat de aanvraag om subsidie:
    1. de gemaakte keuze voor de wijze waarop de subsidie berekend wordt;
    2. KVK nummer van het landbouwbedrijf;
    3. de notariële akte van overdracht van aandelen of van de oprichting van de bv en het aandelenregister of de door alle maten getekende maatschapsakte met vermelding van alle maten;
    4. een projectplan als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid onder f, waarin opgenomen een beschrijving van de investeringen per categorie waaruit blijkt dat de betreffende investering voldoet aan de omschrijving van de categorie genoemd in de lijst.
  2. Indien de subsidieaanvrager kiest voor de berekening van de subsidie op basis van de verdeling van het eigen vermogen van het landbouwbedrijf onder de verschillende bedrijfshoofden bevat de aanvraag om subsidie tevens een accountantsverklaring. De accountantsverklaring betreft een rapport van feitelijke bevindingen (COS 4400) over gegevens van het eigen vermogen van de onderneming en de verdeling daarvan onder de bedrijfshoofden.
  3. Gedeputeerde Staten kunnen in aanvulling op artikel 1.3 nadere regels stellen omtrent de in het tweede lid bedoelde accountantsverklaring.
  4. Per landbouwbedrijf wordt slechts één aanvraag om subsidie in behandeling genomen.

Afhandeling van uw aanvraag

De afhandeling van uw aanvraag vindt plaats door RvO.nl. Op de website van RvO.nl krijgt u een persoonlijk omgeving waar u de voortgang van de afhandeling van uw aanvraag kunt volgen.

De maximale behandeltermijn is 22 weken.

Rangschikking

  1. Gedeputeerde Staten stellen per fysieke investering op de lijst als bedoeld in artikel 3.4.1 een punten aantal vast.
  2. Gedeputeerde Staten hanteren voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 het punten aantal als bedoeld in het eerste lid en rangschikken op basis van het gemiddelde van de investeringscategorieën.