POP3 subsidie

Regeling Samenwerking voor innovaties in de landbouw Overijssel

Voor wie

een samenwerkingsverband

Wat

Europese subsidie.

Waarvoor

Artikel 3.6.1 subsidiabele activiteit

  1. Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van een innovatieproject.
  2. Het innovatieproject is gericht op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie in een nieuw product, techniek, dienst of proces en draagt bij aan het verduurzamen van de Agro&Food sector in Overijssel.
  3. Het innovatieproject moet bijdragen aan verduurzaming binnen één of meerdere van de volgende thema’s:
    1. verschuiving van de bestaande kostenreductiestrategie naar een meerwaarde strategie, met nieuwe marktconcepten, nieuwe verdienmodellen of meerwaardecreatie;
    2. beter beheer van productierisico’s, versterking van de positie van de primaire producent in de handelsketen of het verminderen van marktfalen;
    3. maatregelen die leiden tot een geringer grondstoffengebruik en een gesloten kringloop, met als resultaat een vermindering van de emissie van milieubelastende stoffen naar bodem, lucht en grond- en oppervlakte water en minder uitputting van hulpbronnen en grondstoffen;
    4. klimaatmitigatie;
    5. verbetering van dierenwelzijn of diergezondheid en verminderd risico voor de volksgezondheid bij de interactie tussen mens en dier;

Voorwaarden

Voorwaarden

Artikel 3.6.3 samenwerkingsverband

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.6 bestaat het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.6.2 uit tenminste twee partijen, waarvan tenminste één landbouwer of een organisatie die landbouwers vertegenwoordigt.

Artikel 3.6.9 criteria

  1. De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 250.000,-;
  2. De minimale subsidiabele kosten per project bedragen €187.500,-.

Artikel 3.6.5 weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 wordt subsidie geweigerd:

  1. indien er voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten reeds subsidie is verstrekt;
  2. voor kosten gericht op de reguliere bedrijfsvoering en/of bestaande reguliere samenwerkingsactiviteiten.

Subsidiabele kosten:

Subsidie kan worden verstrekt voor de volgende kosten:

  1. coördinatie kosten voor het samenwerkingsverband;
  2. de kosten voor het verspreiden van resultaten van het project;
  3. de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende goederen;
  4. de kosten van de koop of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;
  5. de kosten van adviezen duurzaamheid op milieu en economisch gebied;
  6. de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;
  7. de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;
  8. bijdragen in natura;
  9. afschrijvingskosten;
  10. personeelskosten.

Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.12, tweede lid wordt geen subsidie verstrekt voor kosten die gemaakt zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

Op deze subsidie is de Regeling POP3 subsidies provincie Overijssel van toepassing.

Aanpak

Indienen

U dient uw aanvraag in bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO.nl). U maakt gebruik van een digitale aanvraagformulier.
Onder het kopje Formulieren vindt u een link naar de website mijn.RvO.nl. Daar leest u hoe u digitaal kunt aanvragen.

Verplichte bijlagen

Bij uw aanvraag dient u altijd de volgende bijlagen bij te sluiten. U kunt deze uitsluitend als pdf-document uploaden in het digitale formulier.

  • Projectplan (= LOS)
  • Een beschrijving van de concrete activiteiten in het eerste jaar (geen format)
  • Verklaring van nationale cofinanciering ((intentie)verklaring gemeenten)
  • Kopie recent bankafschrift

Tendersystematiek

Na sluiting van de indieningtermijn worden alle aanvragen door een onafhankelijke adviescommissie beoordeeld op basis van onderstaande selectiecriteria en in een bepaalde rangorde op een lijst geplaatst. Het puntentotaal per project wordt samengesteld uit de te behalen punten op basis van deze methodiek.

Selectiecriteria en puntenmethodiek
criterium punten
a. de mate waarin aanvragen een bijdrage leveren aan de doelstellingen zoals omschreven in artikel 3.6.1 lid 2. en lid 3. max. 10
b. de mate van innovativiteit, hetgeen blijkt uit de mate waarin het te ontwikkelen product, techniek, dienst of proces uniek is voor Nederland en waarin het zich onderscheidt van alternatieven. max. 10
c. de slagingskans van de activiteiten, waarbij wordt gelet op de wijze waarop het innovatieproces wordt ingericht en gecommuniceerd. max. 10
d. de kosteneffectiviteit van de activiteiten, hetgeen blijkt uit de verhouding tussen de mate van doelbereik en de hoogte van de kosten. Bij samenwerkingsprojecten, gericht op innovatie, kan dit bijvoorbeeld tot uiting komen in het aantal deelnemende partijen en het werkgebied van de beoogde samenwerking. max. 10
e. de kwaliteit van de aanvraag, hetgeen blijkt uit de meegewogen rol van de betrokken partners in het innovatieproces en de verbinding tussen onderzoek en praktijk max. 10
f. de mate waarin de activiteit bijdraagt aan innovatie en modernisering van het landbouwbedrijf of de landbouwsector op lokaal, regionaal of landelijk niveau max. 10
Alleen aanvragen met een minimum van 39 punten komen voor subsidie in aanmerking
Op het criterium a. moet een minimum aantal van 8 punten behaald zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.
Op het criterium b. moet een minimum aantal van 2 punten behaald zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.
Op het criterium c. moet een minimum aantal van 6 punten behaald zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.
Op het criterium d. moet een minimum aantal van 5 punten behaald zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.
Op de criteria e. en f. moet een minimum aantal van 7 punten behaald zijn om voor subsidie in aanmerking te komen.

Toelichting

Een toelichting op deze openstelling en de selectiecriteria leest u in het document “Toelichting 3.6 Samenwerking voor innovaties in de landbouw”.  U vindt dit document onder “meer informatie” onderaan deze webpagina.

Afhandeling van uw aanvraag

De afhandeling van uw aanvraag vindt plaats door RvO.nl. Op de website van RvO.nl krijgt u een persoonlijk omgeving waar u de voortgang van de afhandeling van uw aanvraag kunt volgen.

De maximale behandeltermijn is 22 weken.

 Meer informatie

Indientermijn

T/m 6 april 2018

Maximale bijdrage

  1. Indien de subsidiabele activiteit betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouwproducten bedraagt de hoogte van subsidie:
    1. 70% van subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 sub b., c. en sub j., voor zover het kosten voor samenwerking en kennisverspreiding betreft;
    2. 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6, sub d. tot en met i., en sub j., voor zover het kosten van niet-productieve investeringen betreft;
    3. 40% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 sub d. tot en met i., en sub j., voor zover het kosten van productieve investeringen betreft;
    4. 100% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6, sub a. en b., en sub j., voor zover het kosten betreft voor de oprichting van een projectmatige samenwerking en het gezamenlijk formuleren van een projectplan.
  2. Indien de subsidiabele activiteit geen betrekking heeft op de handel in en de voortbrenging van landbouw producten bedraagt de subsidie:
    1. 25% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6, sub a. tot en met h., en sub j., indien de subsidieontvanger een grote onderneming is;
    2. 35% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6, sub a. tot en met h., en sub j., indien de subsidieontvanger een middel grote onderneming is;
    3. 45% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6, sub a. tot en met h., en sub j.,  indien de subsidieontvanger een kleine onderneming is;
    4. 40% van de subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 3.6.6 sub i..
  3. De percentages genoemd in het tweede lid, onder sub a. tot en met c. kunnen worden verhoogd met 15% indien:
    1. het samenwerkingsverband bestaat uit tenminste één kleine- of middelgrote onderneming en geen van de partijen meer dan 70% van de kosten draagt, en
    2. een onderzoeks- of onderwijsinstelling aan het samenwerkingsverband deelneemt en deze instelling minimaal 10% van de kosten draagt.

Aanvragen

Aanvragen